De schaduw

- een verhaal van Hans Kilian

Het einde van de zomer naderde. Het was warm maar niet te
warm, want de zon stond al laag. Hij liep wat door de stad, niet
omdat hij echt nieuwsgierig was, maar gewoon om het stille
huis even te verlaten.

De bladeren waren nog niet verkleurd, maar langs de weg lag
wel al blad dat tijdens de zomerbuien van de bomen gewaaid
was. De mensen liepen rond met die vanzelfsprekendheid die
hem altijd al verbaasd had. Doelgericht leken zij naar een be-
stemming te lopen. Een bestemming die niemand hem tijdens
zijn leven had weten uit te leggen. Zij spraken met elkaar
alsof zij alles wisten en soms zelf leken zij elkaar met een half
woord al te begrijpen. Nooit had hij de mensen begrepen, en
zichzelf al helemaal niet.

Hij sloeg de ogen naar de grond. Het viel hem op dat zijn
schaduw een vreemde vorm had. Eerst leek die op een recht-
hoek, toen op een vierkant en vervolgens op een cirkel. Het
moest de laagstaande zon zijn, die met zijn schaduw speelde.
Toch maakte het hem onrustig; de schaduwen van de voorbij-
gangers zagen er op het eerste gezicht heel anders uit.

Hij sjokte nu niet meer, maar zette er stevig de pas in, terug
naar huis. Voordurend veranderde zijn schaduw van vorm.
Eerst was het weer een soort van staak, zoals bij de andere
mensen, toen een ovaal en daarna een driehoek.

Hij had het gevoel dat hij aan zijn eigen schaduw ontsnappen
moest. Hij rende nu niet meer op een sukkeldrafje, maar holde,
zo snel als zijn benen hem dragen konden. Langs de huizen,
langs de winkels en vooral langs de starende gezichten. Hij
verliet het trottoir, meed de fietspaden en stak kruisingen over.
Aan zijn gezwinde pas kwam pas een einde toen zijn schaduw
in een ster was veranderd.

Hij moest even stil staan om weer wat op adem te komen..
Hij merkte dat hij op een plein was gekomen en dat hij geen
schaduw meer had. Eindelijk had hij zijn schaduw achter zich
kunnen laten.

Ineens raakte iets hem van achteren met een klap. Het kwam
hem voor of hij in een schim veranderde, maar zweven kon hij
niet; hij kwam met een smak op de grond terecht.

Nadat zijn lichaam per ambulance was afgevoerd, bleven de
mensen nog wat napraten rond de plek van het ongeluk.
Sommigen wezen naar de plek. Het enige wat er op het wegdek
nog voor bijzonders te zien was, was een kruis. Dat had er
voordien niet gezeten. Het was niet rood maar zwart.

Geef een reactie