Categoriearchief: Nieuwsberichten

Nieuwsberichten rondom de vereniging en de leden.

Poëzieweek-Podium (5)

Hoe mooi een paardenbloem kan zijn
een andere naam die veel mooier is
dandelion draagt en geurige honing
bijen lokkend met haar kleur
Een eenzame gele tulp
verschool zich onder
de ligusterhaag
waar zij vorig jaar nog
gestolen werd door vandalen
haar glorietijd is nu voorbij
Ergens is al de schemer van
het lievevrouwenbedstro
met witte bloempjes

Irene Hagemans

(eigen bloemenfoto’s)

Toverbal

’s ochtends vroeg
adembenemende kleuren
geschenk uit de hemel

————————————-

Eerste rang

de torenvalk klappert
met zijn vleugels
de vliegshow begint

————————————-

Voor het oprapen

natuurijs
langs de waterkant
een koud kunstje

————————————-

Brutaal kabaal

brullende kikkers
verbreken de stilte
ze blinken uit in uitbundigheid
ieder zijn kwaliteit

© Vian Moo

Natuurpark Bloeyendael (Foto Leo Mesman)

Sneeuwklokje – © Jos Schellart

het sneeuwklokje wiebelt in de wind|
na sneeuw dwarrelend in vlokken
is het tijd, dat de lente begint
en daarom luiden de klokken

* * *

Knotwilgen

de gebalde knotwilgen
verheffen hun vuisten
uit het vlakke
waterland

* * *

Vroege lente

Het is Pasen
En de pinksterbloem bloeit
Als nu maar niet met Pinksteren
Het sneeuwklokje groeit

Poëzieweek-Podium (4)

Bank in Nieuw Wulven (Foto Henk Gilhuis)

Wandeling door het Houtense Bos – Henk Gilhuis

Een roze ochtend in de schemering,
je dwaalt door drassig eik- en essenbos,
hé kijk, een ree daar aan de rand, ze gaat
al weg en hoor, daar achter je, een fazant,
dan, via een verborgen ringslanghoop
ben je opeens in een geboortebos beland
waar voor elk kind een jonge linde staat.

En toch, de mooiste plek van Houten
is op die heuvel daar, die ene bank zo hoog,
dat wordt je doel. Je wilt genieten van het zicht,
de lucht, een buizerd, zwevend op thermiek,
het kwaken in de poel, het ruime weideland,
je kijkt niet om, ziet geen parkeerplaats en
geen vinexwand. Je waant je één met de natuur.

Helaas zelfs op dit vroege uur
ben je één van vijftigduizend Houtjes.
De bank op de heuvel is meestal bezet.

Knotwilgenpaar (Foto Henk Gilhuis)

Knotwilgenpaar – Henk Gilhuis

Elke dag kom ik ze tegen
in een Houtens plantsoen
tijdens het corona ommetje
we groeten elkaar beleefd
in stilte aan de waterkant.

Stil? In de lente stroomt het sap
zij spreidt haar armen verleidelijk
wachtend tot hij eindelijk komt
hij wijkt stram naar achteren
knoestenkop vol verlegenheid
kijkt weg in de lucht of vlucht
naar z’n spiegelbeeld in het water
of is hij tot in z’n tenen verstijfd
omdat een wandelaar hem heeft
betrapt in een woeste paringsdans?

Elke dag ontdek ik iets
bijzonders in mijn buurt
van het knotwilgenleven
begrijp ik nog altijd niets.

Oostbroek (Foto Leo Mesman)

Snel Wandelen – Johan Mallens

– Vlug, daar is iets goed mis, mond op mond ademhaling (= moma) toepassen; ga jij maar beginnen, want jij hebt laatst nog de EHBO-cursus gedaan, dan ga ik de AED oppikken en 112 bellen, zei mevrouw P op geëngageerde toon.
– O.K. ik weet wat me te doen staat, zei mevrouw G kalm reagerend.

De gemoedelijke stemming was ineens omgeslagen in ingehouden paniek. Dit komt niet elke dag voor, hier! G was al neergeknield en wilde met moma beginnen toen plotseling de slanke, jonge vrouw (= sjv) zich omdraaide en uithaalde en G een klap verkocht waarvan ze suizebolde en verbouwereerd uit het veld dreigde te worden geslagen. Het lijkt de opgewonden maatschappij wel zoals in Nederland en niet de gezapige sfeer van Buitenplaats Rhenendael.

– Ik dacht aan een hartstilstand (= hss), stamelde G hevig geschrokken.
– Je moet niet denken, je moet eerst vaststellen of het klopt wat je zo net zei, zei de sjv op de belerende toon van een cursusleidster. – Dat heb je pas nog geleerd op de cursus.
– Neen, neen, zo snel mogelijk beginnen met moma en dus niet dralen of uitstellen. En dat deed ik dus…

– Ja, maar, je zag dat ik in een rare houding lag. Ik had wel geblesseerd kunnen zijn, aan mijn heup of zo en dat betekent niet meteen een hss, volgens de sjv.
– Ja, maar, een blessure sluit een hss niet uit, het kan wel allebei zijn. Trouwens, ik ken u helemaal niet. U bent niet van onze EHBO-cursus en als je een blessure hebt dan lig je niet zomaar in een slipje.
– Het kan best zijn dat ik had willen gaan zonnen en me al had uitgekleed daarvoor en vervolgens was komen te vallen omdat ik was blijven haken aan mijn ondergoed of was gestruikeld over een uitstekende steen.
– Allemaal prima, maar daar lag helemaal geen kleding van u en u ligt in het gras. Bovendien, als je hier wilt gaan liggen zonnen, dan trek je je bikini al aan voor je naar buiten loopt en trek je een badjas aan.

Plotseling kwam de vrouw in haar ondergoed omhoog en probeerde G te omhelzen en op haar mond te kussen.
– Mmhh, houdt daar mee op, ik ben daar niet van gediend. Bovendien is het voor mij nu wel duidelijk wat je plannen zijn. Ik ben door jou aangerand en ik ga je aangeven bij de politie.

Ondertussen was P terug komen hollen met het AED apparaat en bijna op hetzelfde moment kwam de ambulance met loeiende sirene en blauwe zwaailichten de bocht om gieren.

G zei: – Bol het allemaal maar af. Hier is een groot misverstand ontstaan.
– Dat gaat zo maar niet, zei de ambulance-broeder. Dat gaat u geld kosten. Maar wij kunnen hier niet gaan staan wachten. Wij moeten vertrekken voor een andere klus. Wij sturen de wijkagent op u af. Met hem of haar kunt u de boel dan afregelen. Wij moeten paraat zijn en geen doelloze of overbodige gesprekken gaan voeren…

Landschap Rhijnauwen, februari (Foto Leo Mesman)

Blijf Thuis – Truus Rozemond

lopen over landerijen
zandwegen, omgeploegde akkers
hier en daar opkomend mais
hazen dollen op een veld

ontsnapt
stiekem de stad uitgereden
geen mens die ons betrapt
Blijf Thuis

boven ons roofvogels
hun hypnotiserende kreten
jagen vogelouders schrik aan
kievit leidt vijand af

we ruiken meidoorn
zien groen van aardappel en voederbiet
kalfjes in de wei
paarden met lente in het hoofd

Buiten de gebaande paden
lopen mensen niet zover dat
ze verdwalen kunnen
blijven liever thuis

Koolzaad – Truus Rozemond

Onderweg hellingen vol
uitbundig geel op grasgroene ondergrond
zwierige lichtzinnigheid
warme omhelzing
een glimp van zwoele avond
en vochtige hartstocht

wind strijkt langs mijn gezicht
kalmeert op hol geslagen beelden
vriendelijk
als een moeder die
haar kind te slapen legt
een zwaluw maakt nog geen zomer

Poëzieweek-Podium (3)

Daphne en Apollo, Bernini (fragment)

DAPHNE – Simone van den Berg

Snel als een hinde is Daphne
als ze jaagt door ondoordringbare wouden
Mooi is ze, met ogen die stralen als zonlicht
en haren als glinsterend koper
haar wangen blozend als de dageraad
Haar hand die trefzeker de pijlen richt
mist geen enkele prooi

Met haar schoonheid ontsteekt ze vuur
in de harten van goden, die haar proberen te lokken
in hun netten van loze beloften als:
hemelse vreugden, aardse geneugten
eeuwige liefde en goddelijk kroost
Maar ze is doof voor hun smeken en minnegezang
Voor haar geen leven langs begaanbare paden
haar vrijheid is alles wat ze verlangt

Ach Daphne,
het bittere lot verdroeg niet jouw gelukzalig bestaan
en liet je onschuld door Amor belagen
zodat je moest vluchten in een nieuwe gedaante
om zo als jezelf niet verloren te gaan

Je snelle gang werd tot stilstand gebracht
je vederlichte voeten in  aarde geklonken
je schoonheid verdween achter muren van bast
Je leek voorgoed in duister verzonken

Toch, elke lente als nieuw leven begint
en heel de natuur zich laat horen
ruist de wind door jouw takken, zingen jonge vogels jouw naam
Dan word je opnieuw geboren

Geïnspireerd door de mythe van de nimf Daphne, die verandert in een laurierboom om te ontkomen aan de god Apollo (te lezen in de Metamorfosen van Ovidius).

Kastanje in Almen (foto Leo Mesman)

Lente – Oeke Kruythof

Vanuit mijn raam
kijk ik
op een boom
een gewone boom
een kastanjeboom

vanuit mijn raam
kijk ik
op de lente

de knoppen zitten alle op hun plaats
ze lijken op de regisseur te wachten
die het sein zal geven
tot ontknoping
van hun intrigerend binnenleven

vanuit mijn raam
kijk ik
met verwondering
naar deze nu niet meer gewone boom
de kastanjeboom
en stil vraag ik mij af
is iets wel ooit gewoon